Voorbeelden van pesten
- Niet gekozen worden bij gym.
- Niet mee mogen doen.
- Niemand wil naast een leerling zitten.
- Er wordt niet naar een leerling geluisterd.
- Belachelijk maken.
- Duwen en porren.
- Grapjes maken.
- Uitschelden.
- Ze noemen een leerling homo of lesbisch.
- Uitlachen.
- Spullen kapot maken of afpakken.
- Roddelen.
- Een leerling wordt opgewacht of achtervolgd.
- Discrimineren.
- Bedreigen.
- Slaan, schoppen en aanraken.
Overeenkomsten bij pesterijen
- De daders zijn sterker, ouder of met meer.
- Het pesten is tegen de zin, maar de leerling kan het niet stoppen.
- Het gebeurt vaker dan één keer, soms weken of maanden lang.
- Het gebeurt meestal zo dat volwassenen het niet merken.
- De leerling heeft verdriet en pijn, het pesten maakt ze angstig of bang.